Rb. Gelderland 15 september 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4962
Boete wegens schending inlichtingenplicht. Eiser heeft niet aan het UWV doorgegeven dat hij gedetineerd was. Het UWV heeft in lijn met de uitspraak van de CRvB van 24 november 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:3754) bij de bepaling van de hoogte van de boete 50% van het benadelingsbedrag als uitgangspunt genomen. Gesteld noch gebleken is dat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Op basis van het door eiser ingevulde inkomstenformulier is de draagkracht van eiser vastgesteld op € 1.191,96 per jaar, waarop het UWV de boete heeft gematigd naar € 1.200. Ter zitting heeft de gemachtigde van het UWV alsnog, en in overeenstemming met de desbetreffende beroepsgrond van eiser, het standpunt ingenomen dat de boete zou moeten worden verlaagd tot een bedrag van € 1.190, omdat hij van mening is dat de op te leggen boete de vastgestelde draagkracht niet mag overschrijden. Hoewel de rechtspraak van de CRvB afronding naar boven, conform de systematiek van het Boetebesluit, in een geval als het onderhavige wél toestaat ziet de rechtbank geen aanleiding om materieel tot een andersluidend oordeel te komen, daarvoor acht zij het verschil te gering. Beroep gegrond, primaire besluit herroepen en boete vastgesteld op € 1.190.
De uitspraak op rechtspraak.nl