Rb. Gelderland 23 juni 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4427

De wrakingskamer heeft het verzoek tot wraking van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard, omdat verzoeker geen concrete feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht waaruit objectief de vrees voor partijdigheid van de rechter kan worden afgeleid. Het wrakingsverzoek voldeed niet aan de eisen die aan een wrakingsverzoek worden gesteld. Nu naar het oordeel van de wrakingskamer meteen duidelijk was dat het verzoek kennelijk niet ontvankelijk was, is afgezien van een mondelinge behandeling van het verzoek (artikel 9.1 van het wrakingsprotocol). Omdat verzoeker de rechter die zijn zaak behandelt, mr. Weerkamp-Beens, reeds eerder gewraakt had en ook de toen aangevoerde gronden geen van allen betrekking hadden op het functioneren van mr. Weerkamp-Beens als zodanig, moet worden aangenomen dat het wrakingsinstrument is gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven. Om die reden heeft de rechtbank ook bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen