Rb. Gelderland 12 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3771

Artikel 9.9a WSf 2000; boete van 100% wegens recidive en vervallenverklaring aanspraak op studiefinanciering. Eiser is ten onrechte niet gehoord. Artikel 7.3 van de Wsf 2000 is in het hoofdstuk ‘Herziening’ opgenomen en deze uitzonderingsbepaling heeft niet mede betrekking op de in het hoofdstuk “Toezicht en sancties” opgenomen bepalingen over de boete. De hoorplicht van artikel 7:2 Awb geldt daarom onverkort, maar nu eiser in beroep alles naar voren heeft kunnen brengen wat hij wenste en is gehoord door de rechtbank, staat dit niet in de weg aan het finaal beslechten van de zaak. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aan eiser terecht een boete van 100 procent opgelegd. Ten aanzien van eisers uitsluiting van verdere aanspraak op studiefinanciering is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van dubbele bestraffing. De recidive leidt tot één bestraffing die enerzijds bestaat uit een boete van 100 procent en – anderzijds, als bijkomende straf – tot een vervallenverklaring van de aanspraak op studiefinanciering. De rechtbank is evenwel van oordeel dat de vervallenverklaring van de aanspraak op studiefinanciering in het onderhavige geval niet in stand kan blijven. Het besluit van verweerder dient een op deze bijkomende straf gerichte belangenafweging te bevatten en deze ontbreekt. Beroep gegrond, zelf in de zaak voorzien.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken