Rb. Gelderland 31 maart 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:1802

Arboboete. Naar het oordeel van de rechtbank is de gehele locatie aan de Broekstraat 22-24 te Doetinchem aan te merken als arbeidsplaats, nu de gehele locatie gebruikt wordt om de opdracht uit te voeren. De stallen 4 en 5 zijn ingestort door het handelen van eiser. De rechtbank concludeert dat er sprake is van slopen van de stallen 4 en 5. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het begrip slopen ruim moet worden opgevat en op grond van de geconstateerde feiten moet worden bepaald of er sprake is van slopen. Daarbij is niet van belang of het slopen bewust of onbewust heeft plaatsgevonden. Voorts heeft de gemachtigde van eiser ter zitting bevestigd dat eiser bezig was met het opruimen van het middenterrein en het leeghalen van de schuren. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het feitencomplex dat leidt tot de overtreding van het voorschrift in de bezwaarfase nog mag aanvullen of wijzigen. Immers, uit vaste jurisprudentie volgt dat het bepaalde van artikel 7:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, inhoudende dat heroverweging plaatsvindt op grondslag van het bezwaar, niet in de weg staat aan handhaving van een primair besluit op (mede) een andere grond dan die waarop het in bezwaar bestreden primaire besluit steunt. Door het slopen van de stallen, het opruimen van het middenterrein en het leeghalen van de schuren heeft eiser werkzaamheden verricht voordat het asbest op de arbeidsplaats was verwijderd. Derhalve is er sprake van overtreding van artikel 4.48a, vierde lid, van het Arbobesluit. Het ligt op de weg van eiser om aan te tonen dat sprake is van het volledig ontbreken dan wel van een verminderde mate van verwijtbaarheid. Hierin is eiser niet geslaagd. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiser enige inspanning heeft verricht om te voorkomen dat werkzaamheden werden verricht voordat het asbest was verwijderd. Eiser stelt immers in de onjuiste veronderstelling te zijn geweest dat hij werkzaamheden op de asbestvrije gedeeltes van het terrein mocht verrichten. Openbaarmaking inspectiegegevens. De rechtbank is van oordeel dat met de openbaarmaking van alleen enkele inspectiegegevens onvoldoende gegevens zijn verstrekt op grond waarvan het publiek zich zelfstandig een oordeel daarover kan vormen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat artikel 8 van de Wob geen grondslag biedt voor het openbaar maken van alleen enkele inspectiegegevens. De stelling van verweerder dat als het gehele besluit openbaar mag worden gemaakt, ook het mindere – alleen de openbaarmaking van enkele gegevens – is toegestaan, gaat derhalve niet op. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ten onrechte besloten enkel de inspectiegegevens openbaar te maken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken