Rb. Gelderland 17 december 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:7831

De artikelen 67a van de ZW en 20 van de Wet WIA zijn dwingendrechtelijk van aard, zodat verweerder geen discretionaire bevoegdheid toekomt ter zake van de uitoefening van de daarin gegeven bevoegdheden. Uit de door verweerder overgelegde aanmaningsbrieven blijkt dat eiser de verschuldigde premie over een periode van (aanzienlijk meer dan) twee volle kalendermaanden niet, niet volledig of niet tijdig heeft betaald, zodat verweerder gehouden was om de vrijwillige verzekeringen te beëindigen. De vraag of verweerder de vrijwillige verzekeringen op 3 september 2014 met terugwerkende kracht tot 3 maart 2014 heeft kunnen beëindigen beantwoordt de rechtbank evenwel ontkennend. Eiser was met ingang van 17 maart 2014 weer premieplichtig was, maar heeft vanaf deze datum, in ieder geval tot en met augustus 2014, geen premie betaald. Uit artikel 67a, aanhef en onder e van de ZW, alsmede artikel 20, aanhef en onder e van de Wet WIA volgt dat de vrijwillige verzekering wordt beëindigd, indien de verschuldigde premie over een periode van twee volle kalendermaanden niet volledig of niet tijdig wordt betaald. Pas achteraf kan worden vastgesteld of zich een dergelijke situatie voordoet. De eerste datum waarop, uitgaande van twee volle kalendermaanden, de vrijwillige verzekering kan worden beëindigd is zodoende 1 juni 2014. Beëindiging kan echter niet eerder plaatsvinden dan nadat eiser hiervan in kennis is gesteld. De redactie van de bedoelde onderdelen van de artikelen in geding gaat immers niet uit van een specifieke datum, anders dan enkele andere onderdelen van deze artikelen. De rechtbank leidt hieruit a contrario af dat de hoofdregel van het bestuursrecht van toepassing is op de onderhavige aangelegenheid, welke inhoudt dat een besluit niet eerder in werking mag treden dan na bekendmaking. De vroegste datum voor een dergelijk besluit was, gezien het voorgaande, weliswaar 1 juni 2014 – en zeker niet eerder – maar de rechtbank stelt vast dat in dit geval de besluitvorming door verweerder pas is bekendgemaakt bij beschikking van 3 september 2014, zodat eiser pas op 4 september 2014 bekend was met de beëindiging van de vrijwillige verzekeringen. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat verweerder de vrijwillige verzekeringen niet eerder dan per 4 september 2014 had mogen beëindigen

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen