Rb. Gelderland 10 november 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:6849

Kansspelbelasting. [G]. In 2005 heeft eiser, de winnaar van de quiz, een carrièrefonds ter waarde van maximaal € 250.000 gewonnen. Eiser stelt dat ten onrechte kansspelbelasting is ingehouden op de momenten dat studiekosten door de stichting die het carrièrefonds beheert zijn uitbetaald. Volgens eiser is sprake van een op geld waardeerbare prijs in natura die in 2005 is gewonnen en op dat moment had moeten worden belast. Nu ten onrechte op andere momenten is ingehouden, wil eiser met zijn beroep bereiken dat die ingehouden kansspelbelasting – als onderdeel van zijn prijs – aan hem wordt uitbetaald. Na bespreking van enkele formele gronden over de ontvankelijkheid van bezwaren, de geheimhoudingsplicht van verweerder en de op de zaken betrekking hebbende stukken, verwerpt de rechtbank het beroep onder verwijzing naar het Staatsloterij-arrest van de Hoge Raad van 29 juni 2007 (ECLI:NL:HR:2007:AZ2862). Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat is gebleken dat pas een onvoorwaardelijk recht op uitbetaling van de prijs ontstaat op het moment dat het bestuur van de stichting heeft beoordeeld dat sprake is van kosten die kwalificeren als kosten waarvoor het carrièrefonds is bedoeld. Ook acht de rechtbank aannemelijk dat in andere in het Bestuursreglement genoemde gevallen – overlijden, in surséance of faillissement komen te verkeren, het bereiken van het 30ste levensjaar of het veroordeeld worden wegens een misdrijf – de aanspraken op het carrièrefonds komen te vervallen. Gelet hierop, is de prijs niet in 2005 al ter beschikking gesteld, maar steeds bij een positieve beoordeling van een declaratie of offerte. Beroepen ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken