Rb. Gelderland 8 september 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:5656
De rechtbank concludeert dat verweerder op grond van artikel 15, tweede lid, van de Archiefwet 1995 niet bevoegd was om ná overbrenging van het archief van de Tweede Kamer naar het Nationaal Archief een beperking aan de openbaarheid te stellen ten aanzien van een specifiek inventarisnummer. Blijkens artikel 15, tweede lid, van de Archiefwet 1995 is dit mogelijk als zich na het tijdstip van overbrenging omstandigheden hebben voorgedaan die, waren zij op dat tijdstip bekend geweest, tot het stellen van beperkingen aan de openbaarheid ingevolge het eerste lid zouden hebben geleid. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat na het tijdstip van overbrenging zich geen dergelijke omstandigheden hebben voorgedaan, nu ten tijde van de overbrenging er voor is gekozen om ten aanzien van het inventarisnummer geen beperking aan de openbaarheid te stellen. Met de omstandigheid dat verweerder er achter is gekomen dat er een vergissing is begaan, is niet voldaan aan de voorwaarde in artikel 15, tweede lid, van de Archiefwet 1995. De wet biedt eveneens geen ruimte om op grond van de privacy van de betrokken getuige alsnog een beperking aan de openbaarheid te stellen. De rechtbank overweegt daarbij dat de Archiefwet 1995 geen hardheidsclausule of beoordelingsruimte bevat. De wetshistorie biedt voorts geen aanknopingspunten om dit artikel ruimer uit te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl