Rb. Gelderland 8 september 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:5655
Uitkering van eiser teruggevorderd op de grond dat de totale realisatie aantal arbeidsplaatsen in het kader van de Wet sociale werkvoorziening over het jaar 2011, uitgedrukt in arbeidsjaren, minder bedraagt dan de verstrekte uitkering Wsw over dat jaar, eveneens uitgedrukt in arbeidsjaren. Niet in geschil is dat uit de verantwoordingsinformatie is gebleken dat sprake is van onderrealisatie en dat eiser niet binnen de fatale termijn, maar eerst in de bezwaarfase, heeft gemeld dat er een fout is gemaakt in de aangeleverde gegevens, dat die fout niet door de accountant van verweerder is ontdekt en is overgenomen in de Sisa-verantwoordingsbijlage. Gelet op het bepaalde in artikel 9, eerste lid, van de Wsw diende verweerder derhalve te besluiten tot terugvordering. Eisers stelling dat daarmee artikel 3:4, tweede lid, van de Awb is geschonden kan, gelet op het ontbreken van beleidsruimte, niet leiden tot de conclusie dat verweerder diende af te zien van terugvordering. De rechtbank is van oordeel dat er voor verweerder geen sprake is van een kennelijke fout, gelet op de beperkte informatie die voor verweerder beschikbaar was, welke informatie geen aanleiding behoefde te geven om nadere informatie bij eiser op te vragen. Het enkele feit dat de vermelde realisatie bij de verantwoording afweek van datgene waarvan bij het verstrekken van de uitkering is uitgegaan maakt niet dat verweerder nader onderzoek had moeten instellen. Ook anderszins bestond er voor verweerder geen aanleiding om nader onderzoek te verrichten. De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 oktober 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:3479) waar eiser een beroep op heeft gedaan, betrof een andere situatie. Het beroep op artikel 9 van het Europees Handvest inzake lokale autonomie slaagt niet. Artikel 8 van dit Handvest is niet van toepassing. Het beroep dat eiser heeft gedaan op de uitspraak van de Afdeling van 4 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:622, inzake het alcoholslotprogramma, gaat naar het oordeel van de rechtbank niet op. In dit geval gaat het niet om de toepassing van een ministeriële regeling maar om de toepassing van bepalingen uit een wet in formele zin. Op grond van artikel 120 van de Grondwet treedt de rechter niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen en evenmin in de verenigbaarheid van deze formele wetgeving met algemene rechtsbeginselen zoals het door eiser ingeroepen evenredigheidsbeginsel.
De uitspraak op rechtspraak.nl