Rb. Gelderland 1 september 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:5502
De rechtbank veroordeelt een voormalig directeur van een reisorganisatie tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De rechtbank acht bewezen dat in de administratie van het bedrijf valse vluchtfacturen werden opgenomen en dat verdachte daaraan feitelijk leiding heeft gegeven. Uit het onderzoek van de FIOD is gebleken dat de met deze valse facturen gemoeide bedragen werden bijgeschreven op een schuld van het bedrijf aan een ander bedrijf. Dit betreft dus een deels fictieve schuld, die echter wel werd opgegeven in drie aangiften vennootschapsbelasting. De rechtbank heeft dan ook bewezen verklaard dat deze aangiften onjuist zijn gedaan en dat verdachte ook daaraan feitelijk leiding heeft gegeven. Ook heeft verdachte het saldo van een bankrekening in Luxemburg niet opgegeven bij een tweetal aangiften inkomstenbelasting. De rechtbank acht hem schuldig aan valsheid in geschrifte en belastingfraude. Gelet op de lange duur van de procedure en omdat de rechtbank minder feiten bewezen heeft verklaard, komt de rechtbank tot een lagere straf dan door de officier van justitie was geëist.
De uitspraak op rechtspraak.nl