Rb. Gelderland 9 juli 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:4376
Aansprakelijkstelling van bestuurder van een vennootschap voor omzetbelastingschulden van de fiscale eenheid omzetbelasting waartoe die vennootschap behoort. Artikel 43, 49 en 36b van de Invorderingswet 1990. Gesteld ontbreken van een melding betalingsonmacht voor de aansprakelijkheidsschuld van de vennootschap en daaraan gekoppeld wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Melding onnodig omdat verweerder door gevoerde gesprekken al op de hoogte was van betalingsproblemen bij de vennootschap, zoals eiser aanvoert? Rechtbank: mede doordat gesprekken met de ontvanger over betalingsproblemen van de fiscale eenheid omzetbelasting hebben plaatsgevonden, moet de brief waarin wordt gemeld dat alle vennootschappen van de fiscale eenheid in liquiditeitsproblemen verkeren en hoe dit is gekomen, conform artikel 36.5.2 van de Leidraad Invordering 2008 worden aangemerkt als een geldige melding betalingsonmacht. Omstandigheid dat die brief dateert van (kort) voor de beschikking aansprakelijkstelling, terwijl de onderhavige vennootschap afgezien van de aansprakelijkstelling niet in betalingsonmacht verkeerde, doet daaraan in de omstandigheden van het geval niet af. Er was namelijk al eerder een beschikking aansprakelijkstelling verzonden, maar die had de vennootschap niet bereikt omdat het verkeerde adres was gebruikt. De vennootschap raakte toch op de hoogte van de aansprakelijkheid doordat de deurwaarder beslag kwam leggen. Vernietiging beschikking aansprakelijkstelling bestuurder, omdat tijdig betalingsonmacht is gemeld namens de vennootschap. Voorts geldt op basis van de Leidraad Invordering 2008 de verplichting van verweerder om de vennootschap te wijzen op de meldingsplicht en de implicaties van het niet melden. Verweerder had dat hier op verschillende momenten moeten doen, maar heeft dit niet gedaan. Hij kan zich daarom nu niet beroepen op het ontbreken van een melding betalingsonmacht. Dit geldt temeer nu geen enkele aanleiding is gesteld of gebleken dat daadwerkelijk sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
De uitspraak op rechtspraak.nl