Rb. Gelderland 25 juni 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:4144
14/5863: Last onder dwangsom. Verjaring bevoegdheid tot invordering van een verbeurde last onder dwangsom. Ingevolge artikel 4:106 van de Awb kan het bestuursorgaan de verjaring stuiten door een aanmaning, een beschikking tot verrekening of een dwangbevel dan wel door een daad van tenuitvoerlegging van een dwangbevel. De invorderingsbeschikking bevat tevens een aanmaning. Het opnemen van een aanmaning in de invorderingsbeschikking verdraagt zich niet met artikel 5:37, eerste lid, van de Awb. In het dossier bevindt zich geen andere aanmaning. Dit leidt tot de conclusie dat in het onderhavige geval geen sprake is van een rechtsgeldige aanmaning. Het ontbreken van een aanmaning betekent dat het dwangbevel onbevoegd is uitgevaardigd. Nu het wettelijk systeem een bepaalde opeenvolging van de te verrichten handelingen voorschrijft, levert het onbevoegd uitgevaardigde dwangbevel geen rechtsgeldige executoriale titel op, zodat verweerder niet bevoegd was om executoriaal beslag te leggen. De verjaring is derhalve niet gestuit. Verweerder kan niet meer tot invordering van de verbeurde dwangsommen komen. Dit brengt met zich mee dat eiseres belang ontbeert bij een gerechtelijke beoordeling. Beroep niet-ontvankelijk. 14/5864 en 14/8377: Bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 25, eerste lid, van de DHW. Verweerder heeft onvoldoende aangetoond dat het clubhuis een voor publiek geopende ruimte is. Beroepen gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl