Rb. Gelderland 16 juni 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:3953
De staatssecretaris van Economische Zaken (de staatssecretaris) heeft naar aanleiding van een verzoek om handhaving van de Werkgroep Milieubeheer Groesbeek (WMG) de gemeente Groesbeek een preventieve last onder dwangsom opgelegd. De last komt er op neer dat de Cranenburgsestraat te Groesbeek niet mag worden opengesteld voor doorgaand autoverkeer en dat deze weg niet mag worden verbreed tijdens het broedseizoen. De last is opgelegd omdat volgens de staatssecretaris aannemelijk is dat door de openstelling ter plaatse aanwezige steenuilen en kerkuilen zullen worden gedood of verwond, wat in strijd is met artikel 9 van de Flora- en Faunawet (Ffw). De rechtbank heeft geoordeeld dat, mede gelet op de maatregelen die de gemeente Groesbeek voorstaat om verkeersslachtoffers onder de uilen te voorkomen, een preventieve last onder dwangsom niet valt te rechtvaardigen. Niet is voldaan aan de in artikel 5:7 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde eis voor preventief optreden dat sprake moet zijn van een klaarblijkelijke dreiging van het gevaar voor overtreding. De Staatssecretaris heeft in zijn besluit op het handhavingsverzoek ten onrechte niet nader onderzocht of de verbreding van de weg, die inmiddels is uitgevoerd, een overtreding is van artikel 11 van de Ffw. Dat artikel maakt dat het verboden is om voortplantings-, rust of verblijfplaatsen van de kerkuilen en steenuilen te verstoren.
De uitspraak op rechtspraak.nl