Rb. Gelderland 2 juni 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:3795
De rechtbank is van oordeel dat uit artikel 20, eerste lid, van de AOW volgt dat de door eiseres betwiste broninhouding een bevoegdheid is van de Svb en dat het CAK met betrekking tot deze broninhouding niet bevoegd is een besluit te nemen. De rechtsgevolgen ontstaan eerst nadat de Svb een besluit heeft genomen inzake de broninhouding en alleen de Svb kan deze rechtsgevolgen teniet doen. Dat het CAK, door het doen van een verzoek, invloed uitoefent op de Svb om tot broninhouding over te gaan, doet daar niet aan af. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl