Rb. Gelderland 31 maart 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:3324
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en Natuurbeschermingswet 1998. Weigering omgevingsvergunning voor het oprichten van 7 bedrijfsgebouwen met per gebouw 6 groepsaccommodaties ten behoeve van recreatieve verblijfsrecreatie. Bij gebreke van een passende beoordeling van de gevolgen van het project voor de nabij het plangebied voorkomende habitattypen ˈBeuken-eikenbossen met hulstˈ en ˈOude eikenbossenˈ als leefgebied voor de zwarte specht, hebben gedeputeerde staten kunnen weigeren om een verklaring van geen bedenkingen te geven en heeft verweerder de weigering van de verklaring van geen bedenkingen ten grondslag kunnen leggen aan de weigering van de omgevingsvergunning voor de activiteit ˈhandelingen met gevolgen voor habitatsˈ op grond van artikel 2.20a van de Wabo. Volgens verweerder zijn gebouwen voor ondersteunende functies bij een recreatiebedrijf zoals een receptie of zwembad mogelijk aan te merken als voor een recreatiebedrijf noodzakelijke bedrijfsgebouwen als bedoeld in het bestemmingsplan, maar kan het daarbij niet gaan om gebouwen voor recreatief nachtverblijf. Verweerder wijst er in dit verband op dat voor recreatief nachtverblijf bestemde recreatiewoningen en stacaravans ingevolge de begripsbepaling van het begrip ˈbedrijfsgebouwˈ niet worden begrepen onder voor een recreatiebedrijf noodzakelijke bedrijfsgebouwen en stelt zich op het standpunt dat eveneens voor recreatief nachtverblijf bestemde groepsaccommodaties voor de uitleg van het noodzakelijkheidsvereiste in de begripsbepaling van het begrip ˈbedrijfsgebouwˈ op één lijn moeten worden gesteld met recreatiewoningen en stacaravans. De rechtbank kan verweerder in dit standpunt volgen en is daarom met verweerder van oordeel dat de aangevraagde groepsaccommodaties niet passen binnen de bebouwingsmogelijkheden voor bedrijfsgebouwen op het perceel. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl