Rb. Gelderland 30 maart 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:2212

Rechthebbende vraag opheffing van het over zijn goederen uitgesproken beschermingsbewind. Na afwijzing van het verzoek door de kantonrechter, stelt rechthebbende hoger beroep in. De bewindvoerder vraagt aan de kantonrechter machtiging om voor het verweerschrift in hoger beroep een advocaat te mogen inschakelen en de in verband daarmee te maken kosten, inclusief tien extra uren van de bewindvoerder, in rekening te mogen brengen bij rechthebbende. Dit verzoek wordt afgewezen. De kantonrechter is van oordeel dat het inschakelen van een advocaat in dit geval niet in het belang van rechthebbende is. De kosten hiervan zullen door de bewindvoerder in rekening worden gebracht bij rechthebbende, terwijl de bewindvoerder ook tijdens de mondelinge behandeling zelf haar standpunt kan toelichten. Inschakelen van een advocaat is derhalve niet noodzakelijk. Voor vergoeding van extra uren is geen plaats, nu geen sprake is van een uitzonderlijk geval in de zin van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken