Rb. Gelderland 19 november 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:7700
Kort geding. Vervolg op het tussenvonnis in kort geding van 19 juni 2014 (ECLI:NL:RBGEL:2014:3887). Naar het oordeel van de voorzieningenrechter staan de beginselen van redelijkheid en billijkheid eraan in de weg dat de Coöperatie DA nog langer onvoorwaardelijk houdt aan het instemmingsrecht zoals opgenomen in de mantelovereenkomst. De door DA gewenste uitrol van de nieuwe ‘DATR-formule’ moet kunnen plaatsvinden. DA dient zich hierbij te realiseren dat opzegging van (een deel van) de mantelovereenkomst wellicht gepaard moet gaan met inachtneming van een bepaalde opzegtermijn en dat niet-inachtneming van die termijn kan leiden tot een verbintenis tot schadevergoeding, dan wel dat die opzegging wellicht ook los daarvan gepaard moet gaan met een aanbod tot het betalen van een (schade)vergoeding. Vordering van de Coöperatie wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl