Rb. Gelderland 20 oktober 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:6979
Artikel: 1: 401 BW en artikel 1: 400 BW Verzoek van de man om de kinderalimentatie voor zijn zoon uit zijn tweede huwelijk te verlagen (naar € 200,-- per maand) en de destijds overeengekomen partneralimentatie op nihil te stellen. De man stelt dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden omdat hij voor de derde maal is gehuwd en uit dit huwelijk een tweeling is geboren. De man heeft tevens een onderhoudsverplichting ten behoeve van zijn jongmeerderjarige dochter uit zijn eerste huwelijk. De man stelt dat hij geen draagkracht heeft om de alimentatie (volledig) te voldoen en dat de vrouw geen behoefte meer heeft aan partneralimentatie. De vrouw betwist het vorenstaande. De behoefte van alle kinderen is in geschil en wordt door de rechtbank bepaald. Bij het bepalen van de behoefte van de tweeling brengt de rechtbank op het besteedbaar inkomen van de man en zijn echtgenote in mindering de door de man maandelijks aan de vrouw te betalen partneralimentatie (na aftrek fiscaal voordeel) en de ten behoeve van de zoon en jongmeerderjarige dochter maandelijks te betalen kinderalimentatie. De vrouw kan bijdragen in de behoefte van de zoon. De rechtbank rekent bij de beoordeling van de draagkracht van de man in twee periodes omdat de man een periode onbetaald ouderschapsverlof heeft gehad. De rechtbank berekent voor beide periodes een tekort aan draagkracht bij de man zodat rekening houdend met de behoefte van alle kinderen, de draagkracht van de man naar rato van de behoefte van de kinderen wordt verdeeld. De rechtbank wijst het verzoek van de man voor wat betreft de kinderalimentatie voor de periode waarin de man onbetaald ouderschapsverlof heeft gehad toe. De rechtbank berekent de kinderalimentatie voor de zoon voor wat betreft de periode waarin de man geen onbetaald ouderschapsverlof meer heeft, op enkele euro’s hoger dan de berekende kinderalimentatie voor periode 1. De rechtbank acht de stelling van de man inhoudende dat de vrouw geen behoefte meer heeft, onvoldoende onderbouwd. Voor wat betreft de periode waarin de man onbetaald ouderschapsverlof heeft gehad, is volgens de rechtbank duidelijk dat de man geen draagkracht meer heeft voor partneralimentatie gelet op de hoogte van de tekorten bij de man en de hoogte van de kinderalimentatie voor de zoon. Volgens de rechtbank heeft de man voor wat betreft de periode waarin hij geen onbetaald ouderschapsverlof meer heeft, wel draagkracht om de overeengekomen partneralimentatie te voldoen. De rechtbank heeft daarbij het gehele tekort aan draagkracht bij de man voor de tweeling als last meegenomen bij het beoordelen van zijn draagkracht.
De uitspraak op rechtspraak.nl