Rb. Gelderland 6 februari 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:635

[tewerkstellingsvergunning, vrijstelling; Richtlijn 2004/38; afgeleid verblijfsrecht] Samenvatting: Oplegging boete op grond van de Wav wegens het zonder tewerkstellingsvergunning in dienst hebben van een (Turkse) werknemer. Het betoog dat de werknemer is vrijgesteld van het vereiste dat ten aanzien van hem een tewerkstellingsvergunning dient te zijn afgegeven, omdat hij gehuwd is met een Duitse, en dus familielid is van een unieburger, die tevens economisch actief is, zodat Richtlijn 2004/38 op hem van toepassing is en het hem gelet daarop is toegestaan zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden te verrichten in Nederland, faalt. De werknemer ontleent aan zijn verblijf bij het familielid weliswaar een (afgeleid) recht van verblijf, maar dit verblijfsrecht brengt met zich dat de werknemer op grond van artikel 23 van Richtlijn 2004/38 het recht heeft om in het land waar hij met het familielid verblijft, Duitsland, een activiteit als werknemer of zelfstandige mag uitoefenen. De werknemer heeft dus geen zelfstandig recht op vrij verkeer binnen de lidstaten. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen