Rb. Gelderland 2 mei 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:3926
Verzoek MUHP in (netwerk)pleeggezin. Raad vraagt om plaatsing in netwerkpleeggezin, BJZ wil plaatsing in neutraal pleeggezin. Kan plaatsing in netwerkpleeggezin op basis van het afgegeven indicatiebesluit? Samenvatting Baby van 10 maanden is onder toezicht gesteld en met spoed uit huis geplaatst. Heeft de eerste 7 maanden met haar moeder bij haar grootouders gewoond. Raad dient verzoek voor een MUHP voor verblijf bij netwerkpleeggezin (grootouders). Grootouders zijn na netwerkonderzoek geschikt bevonden om de baby op te voeden en te verzorgen. BJZ wil MUHP voor verblijf in een (neutraal) pleeggezin omdat BJZ twijfels heeft over de grootouders. De kinderrechter is van oordeel dat het belang van de baby is gediend bij plaatsing bij de grootouders. Ten aanzien van het IB: uit artikel 1:261, tweede lid, BW volgt dat het verzoek MUHP is gericht op de effectuering van het overgelegde indicatiebesluit. Blijkens artikel 19, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wet op de Jeugdzorg kan de stichting slechts aangeven of het gaat om verblijf bij een pleegouder of verblijf in een accommodatie van een zorgaanbieder. Op grond hiervan gaat de kinderrechter er vanuit dat verblijf in een specifiek netwerkpleeggezin (ook) valt onder “verblijf bij een pleegouder”. Het IB verzet zich dan ook niet tegen verlenging van een machtiging strekkende tot uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin.
De uitspraak op rechtspraak.nl