Rb. Gelderland 13 mei 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:3059

Boeteoplegging op grond van artikel 18a van de Wwb wegens schending van de inlichtingenplicht, door verweerder vastgesteld op € 3.348,54 (zijnde 20% van de bijstandsnorm over de periode van 1 september 2012 tot en met 31 december 2012 én 100 % van het netto benadelingsbedrag over de periode van 1 januari 2013 tot en met 14 mei 2013); Onder verwijzing naar haar uitspraak van 29 april 2014 heeft de rechtbank geconcludeerd dat eiseres sedert 1 januari 2013 de op haar rustende inlichtingenplicht heeft geschonden. Verweerder was daarom gehouden een boete op te leggen. Evenwel heeft verweerder ten onrechte een boete opgelegd over de periode van 1 september 2012 tot en met 31 december 2012. Dit brengt tevens mee dat de hoogte van de boete niet juist is vastgesteld. Beroep gegrond, gelet op artikel 8:72a, van de Awb zelf in de zaak voorzien en bepalen dat eiseres over de periode van 1 januari 2013 tot en met 14 mei 2013 een boete zal worden opgelegd van € 2.640,00 (100% van het benadelingsbedrag en op een veelvoud van € 10,00 naar boven afgerond). De rechtbank acht deze hoogte van de boete, gelet op de hoogte van het benadelingsbedrag en de duur van de overtreding, niet onevenredig.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen