Rb. Gelderland 25 maart 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:1911
AWBZ. Intrekking verleningsbeschikking Pgb over 2012 vanwege het niet nakomen van de ingevolge artikel 2.6.9 van de Regeling subsidies AWBZ op eisers rustende verplichtingen. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de intrekking van de verleningsbeschikking van het Pgb voor het jaar 2013 is gebaseerd op het bepaalde in het huidige artikel 2.6.4, eerste lid, aanhef en onder l (ten tijde in geding letter k), van de Regeling. Dit artikel ziet op het weigeren van het Pgb. De rechtbank stelt voorts vast dat de werking van het door verweerder genomen besluit ertoe strekt de Pgb-verstrekking te beëindigen in een periode waarover reeds een recht op Pgb was toegekend. Om die reden dient het besluit van verweerder te worden gezien als een intrekking van een reeds toegekend recht en niet als van een weigering van het verstrekken van een Pgb. De rechtbank is dan ook van oordeel dat artikel 2.6.4, eerste lid, aanhef en onder l, van de Regeling niet kan dienen als grondslag voor de intrekking. De rechtbank is voorts van oordeel dat de intrekking van de verleningsbeschikking voor het jaar 2013 niet kan worden aangemerkt als een intrekking met toepassing van het bepaalde in artikel 2.6.12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Regeling. Op grond van laatstgenoemde bepaling kan – zoals ook voor het jaar 2012 is gebeurd - de verleningsbeschikking worden ingetrokken met ingang van de dag waarop de verzekerde de bij of krachtens artikel 2.6.9 opgelegde overige verplichtingen niet nakomt. Hierbij wordt gedoeld op de verleningsbeschikking voor het jaar waarover – in casu 2012 – op onjuiste wijze is verantwoord en niet op het jaar waar het verantwoordingsverzoek geen betrekking op had. Het bestreden besluit ontbeert voor wat het jaar 2013 betreft dan ook een (juiste) wettelijke grondslag. Beroep gegrond en herroeping primaire besluit voor wat het jaar 2013 betreft.
De uitspraak op rechtspraak.nl