Rb. Gelderland 5 december 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:5275
Omgevingsvergunning voor de realisatie van een co-vergistingsinstallatie, inclusief biogas opwerkinstallatie (bio-WKK). Verweerder heeft niet in redelijkheid toepassing kunnen geven aan het bepaalde in artikel 4, zevende lid, van Bijlage II bij het Bor omdat ten onrechte bij de besluitvorming niet is meegewogen dat het bouwplan naast de bestemming “agrarisch gebied met natuur- en landschapswaarden” ook is gelegen in de zone “EHS verweving” (en archeologische waarde). Verweerder heeft het welstandsadvies niet aan het bestreden besluit ten grondslag kunnen leggen omdat bij het advies een beplantingsplan is betrokken hetgeen geen onderdeel vormt van het bouwplan zodat dit buiten beschouwing had moeten worden gelaten. De in de voorschriften voorgeschreven inrit is door vergunninghoudster niet aangevraagd. Verweerder is daarmee buiten de aanvraag getreden. De inrit maakt geen onlosmakelijk onderdeel uit van de co-vergistingsinstallatie. Daarnaast ligt de inrit buiten het bouwvlak en is voor de aanleg van de inrit gelet op de van toepassing zijnde planvoorschriften een omgevingsvergunning nodig. Gelet op het grote aantal geconstateerde gebreken, die mogelijkerwijs deels hersteld worden middels door verweerder te overleggen rapporten van externe deskundigen heeft de rechtbank geen bestuurlijke lus toegepast.
De uitspraak op rechtspraak.nl