Rb. Dordrecht 20 februari 2012, ECLI:NL:RBDOR:2012:BV7151
Verzoek om aanvraag om registratie in het Centraal Register Beroepsopleidingen (Crebo) voor het studiejaar 2011-2012 op grond van de Regeling experimenten herontwerp kwalificatiestructuur mbo 2011-2012 (hierna: de Experimentenregeling) voor zes nader genoemde opleidingen is door de minister van OCW (hierna: verweerder) afgewezen. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Met de Experimentenregeling heeft verweerder aanvragen en beoordelingen ten behoeve van de in artikel 12.1a.2 van de WEB neergelegde erkenning nader geregeld. De Experimentenregeling is op 1 maart 2011 gepubliceerd en volgens artikel 9 van die regeling op 2 maart 2011 in werking getreden. De inhoudelijke eisen heeft verweerder op 3 maart 2011 bekend gemaakt in de Kwalificatie- en eindtermenregeling. Op grond van het voorgaande kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter aan de in de Experimentenregeling opgenomen einddatum van 18 februari 2011 voor het indienen van een aanvraag op grond van die regeling geen betekenis kan toekomen. Dat voorafgaand aan de bekendmaking van de Experimentenregeling deze einddatum informeel zou zijn gecommuniceerd aan reeds erkende instellingen, nog daargelaten dat verzoekster tot die kring van instellingen niet behoorde, kan daaraan niet af doen. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat hij uit coulance een termijn van drie maanden na de bekendmaking van de Experimentenregeling heeft gehanteerd als uiterste indieningsdatum van de aanvraag. Daargelaten de vraag of verzoekster haar aanvraag binnen de door verweerder aangehouden termijn van drie maanden heeft ingediend, stelt de voorzieningenrechter vast dat deze termijn door verweerder op geen enkele manier met instellingen die mogelijk van de Experimentenregeling gebruik wilden maken, heeft gecommuniceerd. De afwijzing van verzoeksters aanvraag op de grond dat deze is ingediend na een achteraf door verweerder bepaalde uiterste indiendatum waarmee verzoekster redelijkerwijs niet bekend kon zijn, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter in strijd met het zorgvuldigheids- en het rechtszekerheidsbeginsel. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had verweerder de aanvraag van verzoekster dan ook niet zonder inhoudelijke beoordeling kunnen afwijzen. Beroep gegrond. De voorzieningenrechter vernietigt het bestreden besluit tot afwijzing van verzoeksters aanvraag wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb en wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel
De uitspraak op rechtspraak.nl