Rb. Dordrecht 27 januari 2012, ECLI:NL:RBDOR:2012:BV3267
Wettelijk kader artikelen 2.6.1. en 2.6.4., eerste lid Regeling Subsidies AWBZ artikel 6, eerste lid, BZA Trefwoorden PGB, vertrouwensbeginsel, getuigenverhoor, bewijs Samenvatting Eiser heeft kosten verantwoord ten behoeve van begeleiding door Flekszorg, een sekszorgverlener in de particuliere thuiszorg. Eiser neemt het standpunt in dat verweerster hem telefonisch heeft meegedeeld dat de hulp door Flekszorg vergoed zou worden als op de factuur van Flekszorg ondersteunende begeleiding zou worden vermeld. Naar het oordeel van de rechtbank mag eiser in beginsel afgaan op een telefonische mededeling over de dekking van zorg door een daartoe door verweerster aangewezen medewerker. Verweerster heeft dit ook niet betwist, maar de door eiser gestelde instemmende mededeling over de diensten van Flekszorg betwist. De bewijslast van die mededeling rust op eiser als degene die zich er op beroept. De medewerker van verweerster die de gestelde mededeling aan eiser zou hebben gedaan, is als getuige opgeroepen. De medewerker van verweerster heeft de door eiser gestelde telefonische mededeling uitdrukkelijk en gemotiveerd ontkend, overeenkomstig de door eiser niet betwiste notitie in het registratiesysteem van verweerster van een telefoongesprek met eiser met de strekking dat er geen vergoeding mogelijk is voor erotische dienstverlening ten laste van de AWBZ. In het licht daarvan en bij gebreke van ander bewijs van die telefonische mededeling komt aan de verklaring van eiser onvoldoende bewijskracht toe. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl