Rb. Dordrecht 14 december 2011, ECLI:NL:RBDOR:2011:BV1025
Hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris tot onmiddellijke invrijheidstelling, gegeven bij de toetsing van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling. De rechter-commissaris oordeelde de aanhouding van verdachte en de daarop volgende inverzekeringstelling onrechtmatig, omdat het dossier dat aan de rechter-commissaris was voorgelegd een redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van witwassen niet, althans onvoldoende onderbouwde. De rechtbank oordeelt dat zij, oordelend in hoger beroep, een toetsing ex nunc dient uit te voeren, en let daarbij op het bepaalde in artikel 448 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank kan hierbij evenwel slechts acht slaan op stukken die reeds bestonden, of over zaken relateren die zich hebben voorgedaan vóór de aanhouding en inverzekeringstelling van verdachte. De rechtbank komt tot een gegrondverklaring van het hoger beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl