Rb. Dordrecht 7 december 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BO8163
Herhaald handhavingsverzoek. Nieuwe feiten in de zin van artikel 4:6 van de Awb? Het tweede handhavingsverzoek van verzoekster is gebaseerd op bewijsmiddelen die in een uitspraak van de rechtbank over het eerste handhavingsverzoek buiten de beoordeling van het geschil zijn gelaten. Verzoekster heeft geen hoger beroep ingesteld tegen die uitspraak van de rechtbank. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, nu verzoekster geen hoger beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank, het oordeel van de rechtbank over die bewijsmiddelen het toetsingskader vormt voor de beoordeling of verzoekster aan haar tweede handhavingsverzoek nieuwe feiten ten grondslag heeft gelegd. Dit oordeel behelst dat verzoekster in de gegeven omstandigheden uiterlijk in de (toenmalige) bezwaarprocedure genoegzame bewijsmiddelen kon en derhalve had moeten inbrengen. Daarmee is niet verenigbaar de kennelijke opvatting van verzoekster, dat zij in een nieuwe procedure over dezelfde problematiek alsnog diezelfde bewijsmiddelen mag inbrengen als nieuwe feiten in de zin van artikel 4:6 van de Awb. Zodoende zou verzoekster immers bewerkstelligen dat de rechter in materieel hetzelfde handhavingsgeschil de eerder door hem buiten de inhoudelijke beoordeling gelaten bewijsmiddelen alsnog bij de inhoudelijke beoordeling van dat geschil zou moeten betrekken. Dit verdraagt zich niet met de strekking van artikel 4:6 van de Awb en de daaraan ten grondslag liggende algemene rechtsbeginselen.
De uitspraak op rechtspraak.nl