Rb. Dordrecht 13 december 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BO7283
Bij de bestreden besluiten van 2 maart 2009 en 23 juli 2009 heeft verweerder eiser medegedeeld dat de vastgestelde alimentatie slechts buiten beschouwing kan worden gelaten wanneer de alimentatie tenminste gedurende 12 maanden, voorafgaande aan de maand waarin eiser voor het eerst studiefinanciering ontvangt oninbaar was. De oninbaarheid moet blijken uit een verklaring van een daartoe bevoegde instantie zoals het LBIO. Daarnaast is het ook mogelijk dat eiser andere stappen heeft ondernomen om de alimentatie te innen. Verweerder heeft eiser verzocht hem te informeren over de stappen die eiser heeft ondernomen om de alimentatie te innen. Daartoe is door eiser ingebracht voornoemd schrijven van (naam 1) van 17 november 2008 en 3 maart 2009. Uit voornoemde informatie van (naam 1) blijkt, naar het oordeel van de rechtbank, dat het niet opportuun zou zijn van eiser om verdere pogingen te ondernemen alimentatie te krijgen van zijn vader. Immers, eiser zou moeten aantonen dat hij gedurende 12 maanden, voorafgaande aan de maand waarin eiser voor het eerst studiefinanciering, zijnde 1 september 2008, ontvangt oninbaar was. Uit de overgelegde verklaringen blijkt nadrukkelijk dat ten tijde hier in geding, zijnde de periode september 2007 tot september 2008 er vanuit de gemeente is gesteld dat de alimentatie al jaren niet geïnd kon worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl