Rb. Dordrecht 11 juni 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BO4697
De rechtbank stelt vast dat verweerder voor zijn weigering tot openbaarmaking ten aanzien van alle 130 subsidieaanvragen en daarop betrekking hebbende stukken één gemeenschappelijke motivering heeft gehanteerd. Na met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis te hebben genomen van deze stukken, is de rechtbank van oordeel dat verweerder daarmee niet heeft kunnen volstaan. Gezien de verscheidenheid in aard en inhoud van de ingediende projectvoorstellen en daarbij overgelegde (bedrijfs)informatie, alsmede de uiteenlopende - al dan niet bedrijfsmatige - achtergronden van de subsidieaanvragers en gronden waarop de aanvragen blijkens de beschikkingen zijn afgewezen, had verweerder per aanvraagdossier moeten bezien of de daarin opgenomen stukken (concurrentiegevoelige) bedrijfsgegevens bevatten als bedoeld in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob en of openbaarmaking van deze stukken een onevenredige benadeling van de desbetreffende subsidieaanvrager (en eventueel van verweerder zelf) zou betekenen, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob.
De uitspraak op rechtspraak.nl