Rb. Dordrecht 3 september 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BO2883

Eiser heeft een gedeelte van een bestaand kadastraal perceel door verjaring verkregen en laten inschrijven in de openbare registers. Bij primair besluit zijn, op de voet van artikel 14, derde lid, van het Kadasterbesluit, de nieuwe percelen in de basisregistratie kadaster verwerkt. Tegen dit besluit hebben derdepartijen bezwaar gemaakt bij verweerder. In het kader van de bezwaarprocedure zijn derdepartijen en eiser tijdens een hoorzitting in de gelegenheid gesteld de erfgrens aan te wijzen. Derdepartijen en eiser hebben geen overeenstemming over de grens. Waarna verweerder de bij het primaire besluit tot standgebrachte perceelsvorming heeft teruggedraaid. Ter beantwoording staat de vraag of verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het civiele vonnis van deze rechtbank twijfel laat omtrent de precieze grens tussen de in geding zijnde percelen en of verweerder de bijhouding terecht niet heeft vervolgd. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Het bestreden besluit is naar het oordeel van de rechtbank in strijd met artikel 14, derde lid, van het Kadasterbesluit genomen. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit dient te worden vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen