Rb. Dordrecht 12 augustus 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BN3839

De rechtbank Dordrecht heeft het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte voor belaging van zijn minderjarige dochter en verdachte vrijgesproken van belaging van zijn ex-vrouw. Belaging is een klachtdelict, wat betekent dat naast een aangifte ook een klacht met het verzoek tot vervolging van verdachte moet worden ingediend voordat tot vervolging overgegaan wordt. Minderjarigen tussen 12 en 16 jaar kunnen zelf geen klacht indienen; een klacht dient door een wettige vertegenwoordiger te worden ingediend. Daarnaast dient het Openbaar Ministerie de minderjarige te horen over de wenselijkheid van de vervolging van verdachte, alvorens tot vervolging over te gaan. Nu de minderjarige in dit geval ten eerste zelf de klacht heeft ingediend en ten tweede niet door het Openbaar Ministerie is gehoord over de wenselijkheid van vervolging van verdachte (tevens haar vader), heeft de rechtbank het Openbaar Ministerie in die zaak niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van belaging van zijn ex-vrouw. Verdachte heeft zich in sms-berichten, maar ook in het openbaar beledigend en soms met een dreigende toon richting zijn ex-vrouw uitgelaten, waarbij de rechtbank opmerkt dat verdachte en zijn ex-vrouw blijkbaar veelal over en weer op elkaar hebben gereageerd. Van belaging is in het strafrecht sprake wanneer stelselmatig inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer. De rechtbank is van oordeel dat het versturen van elf sms-berichten, eenmaal in het openbaar beledigen en het tweemaal fotograferen van (de woning van) zijn ex-vrouw, gedurende een periode van 17 maanden, mede gelet op de verstandhouding tussen de ex-echtelieden en hun houding ten opzichte van elkaar, onvoldoende is om te kunnen spreken van 'stelselmatig' en heeft verdachte daarom van belaging van zijn ex-vrouw vrijgesproken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen