Rb. Dordrecht 11 juni 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BM8492

Werknemer, die werkte met een indicatie krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening heeft, wordt ontslagen op de voet van artikel 6 lid 2 sub a van de Wet Sociale Werkvoorziening (niet meewerken aan herindicatie). Voor dat ontslag is op grond van het BBA geen ontslagvergunning nodig. Kan de door deze werknemer ingestelde vordering tot wedertewerkstelling en betaling van salaris in kort geding worden toegewezen, vooruitlopend op de bodemprocedure waarin de vraag naar kennelijk onredelijk ontslag en herstel van de arbeidsovereenkomst zal moeten worden beoordeeld? De kantonrechter wijst deze vorderingen toe omdat de werkgever – een werkvoorzieningsschap – bij het geven van het ontslag niet zorgvuldig heeft gehandeld. Ten onrechte heeft werkgever werknemer niet gewezen op de consequenties van het niet meewerken aan herindicatie, te weten opzegging van de arbeidsovereenkomst. Dit mocht van hem als goed werkgever wel worden verwacht, te meer daar hij een werkvoorzieningsschap op grond van de WSW is en als zodanig bekend is met de bijzondere achtergrond en beperkingen van de werknemer.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen