Rb. Dordrecht 23 april 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BM6106
Volgens de CRvB, uitspraken van 14 augustus 2008 (LJN BE2717) en 4 mei 2009 (LJN BI4352), wordt onderscheid gemaakt tussen de verplichting tot het verstrekken en verifiëren van inlichtingen, welke zien op een (totale) herbeoordeling van het recht op bijstand, en de verplichting tot het gebruik maken van een voorziening, dan wel meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. De laatste verplichting is geregeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de WWB. Blijkens het verhandelde ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat aan de orde is in hoeverre eiseres de verplichtingen als bedoeld in artikel 9 van de WWB konden worden opgelegd. De rechtbank kan verweerder niet volgen in de stelling dat de gedragingen van eiseres - het tot tweemaal toe zonder voorafgaande kennisgeving niet verschijnen bij de medische keuring en het geen gehoor geven aan de oproep voor een gesprek aangaande haar positie en mogelijkheden op de arbeidsmarkt - zijn te kwalificeren als een schending van de inlichtingenplicht. Verweerder heeft in het bestreden besluit dan ook niet in redelijkheid kunnen volhouden dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Gelet hierop was geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de WWB. Veeleer was sprake van het niet meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9 van de WWB. Hiervoor had, mits verwijtbaar, een maatregel kunnen worden opgelegd met toepassing van artikel 18 van de WWB. Het bestreden besluit berust op een onjuiste (wettelijke) grondslag en een ondeugdelijke motivering, zodat dit besluit is genomen in strijd met vorengenoemde artikelen van de WWB en artikel 3:2, juncto artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Het bestreden besluit komt dan ook voor vernietiging in aanmerking.
De uitspraak op rechtspraak.nl