Rb. Dordrecht 30 maart 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BM0126

Verweerder heeft verzoeker gelast de omzetting van een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimte ongedaan te maken. Uit de inspectieverslagen en verslagleggingen van de door verweerder met de bewoners gevoerde gesprekken komt naar voren dat er in de woning zeven slaapplaatsen zijn aangetroffen en dat de woning, in wisselende samenstelling, door zeven bewoners met de Poolse nationaliteit wordt bewoond. De bewoners zijn, afgezien van een echtpaar, geen familie van elkaar. Evenmin is sprake van in een vast verband samenlevende partners (met wie men een persoonlijke relatie heeft). De bewoners hebben verklaard elkaars collega te zijn en niet te weten hoe lang zij in de woning zullen blijven wonen. Gelet op deze omstandigheden en onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 21 januari 2009 (LJN: BH0444) stelt de voorzieningenrechter aldus vast dat de bewoners geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren nu geen sprake is van continuïteit van de samenstelling van de groep en onderlinge verbondenheid van de leden. Verweerder is er terecht vanuit gegaan dat de woning is omgezet van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte. Vovo wordt afgewezen en het beroep ongegrond verklaard

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen