Rb. Dordrecht 30 maart 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BL9516
De rechtbank heeft een minderjarige verdachte veroordeeld vanwege 9 straatroven en bezit van een namaakpistool tot een jeugddetentie van 720 dagen waarvan 644 dagen voorwaardelijk (proeftijd 2 jaar) en een taakstraf van 200 uren. Als bijzondere voorwaarde is opgelegd toezicht van de jeugdreclassering. Een medeverdachte heeft een jeugddetentie van 360 dagen waarvan 333 dagen voorwaardelijk (proeftijd 2 jaar) en een taakstraf van 120 uren gekregen. Ook hij is onder toezicht van de jeugdreclassering gesteld. Hij is veroordeeld vanwege 5 straatroven en bezit van een namaakpistool. Een andere medeverdachte is vanwege 2 straatroven veroordeeld tot een jeugddetentie van 150 dagen waarvan 105 dagen voorwaardelijk (proeftijd 2 jaar) en een taakstraf van 40 uren, eveneens met toezicht van de jeugdreclassering. Ten aanzien van deze 3 jeugdige verdachten heeft de rechtbank overwogen dat eigenlijk een terugkeer naar de jeugdgevangenis op zijn plaats zou zijn, maar dat de negatieve gevolgen daarvan niet opwegen tegen de ontwikkelingen die zij op dit moment doormaken. Verder heeft de rechtbank een meerderjarige medeverdachte 12 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk (proeftijd 2 jaar) en 100 uur werkstraf opgelegd voor zijn aandeel in 2 straatroven. Hij komt onder toezicht van de reclassering. Tenslotte heeft de rechtbank twee medeverdachten vrijgesproken van betrokkenheid bij een straatroof, respectievelijk het helen van een gestolen mobiele telefoon.
De uitspraak op rechtspraak.nl