Rb. Dordrecht 20 november 2009, ECLI:NL:RBDOR:2009:BK7310
Een bestuursorgaan mag er in beginsel van uit gaan dat een opgegeven adres juist is en dat correspondentie naar dit adres kan worden gezonden. Vast staat dat eiser geen verhuisbericht aan verweerder heeft gezonden nadat hij de woning december 2006 weer had betrokken. Uit het boeterapport volgt echter dat eiser tijdens het gehoor op 4 april 2006 nadrukkelijk heeft vermeld dat hij alleen gedurende de verbouwing van die woning zijn post wenste te ontvangen op het tijdelijke adres. Verweerder kon er dan ook bij de verzending van het boetebesluit op 4 mei 2007 niet zonder meer vanuit gaan dat het door eiser opgegeven tijdelijke adres nog steeds het juiste adres was. Inmiddels was immers ruim een jaar verstreken nadat eiser melding had gemaakt van de verbouwing. Het vorenstaande klemt temeer nu verweerder het boeterapport op 30 januari 2007 heeft verzonden aan het GBA-adres. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank bij eiser de indruk gewekt dat verweerder ook de verdere correspondentie aan dat adres zou zenden. Bovendien heeft eiser onweersproken gesteld dat hij naar aanleiding van het boeterapport telefonisch contact met verweerder heeft gehad, zodat verweerder redelijkerwijs behoorde te weten dat eiser inmiddels weer op het adres GBA-adres woonachtig was. Eiser kan er om die reden geen verwijt van worden gemaakt dat hij verweerder niet expliciet heeft meegedeeld dat de verbouwing was voltooid en dat hij sinds december 2006 weer woonachtig was op zijn GBA-adres. Een dergelijke mededeling kon en mocht door eiser gelet op al het voorgaande overbodig worden geoordeeld. Het lag dan ook op de weg van verweerder om – nu er twijfel kon bestaan over de juiste adressering – zich er van te vergewissen dat het boetebesluit aan het juiste adres werd gezonden. Daarvoor was temeer reden nu het om een bestraffende sanctie gaat en onjuiste adressering van het boetebesluit gevolgen kan hebben voor het in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) neergelegde recht op toegang tot de rechter.
De uitspraak op rechtspraak.nl