Rb. Dordrecht 16 november 2009, ECLI:NL:RBDOR:2009:BK3711
Handhaving door de minister van LNV van het in artikel 32a van de Uitvoeringsregeling visserij neergelegde verbod om met aalfuiken te vissen in de periode oktober en november 2009. De voorzieningenrechter ziet vooralsnog geen grond verweerders handhavingsbevoegdheid te betwijfelen vanwege onverbindendheid van artikel 32a van de Uitvoeringsregeling visserij dan wel van het daaraan ten grondslag liggende Nederlandse Aalbeheerplan ter implementatie van het besluit van 18 september 2007, nummer 1100/2007, van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van het bestand van de Europese aal. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter had verweerder bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid geen doorslaggevende betekenis kunnen toekennen aan financiële gevolgen gemoeid met een intensievere controle door de AID en om die reden geen ontheffing mogen onthouden voor het vissen op wolhandkrab met aalfuiken voorzien van een ontsnappingsmogelijkheid voor aal in de periode oktober en november 2009.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1 Visserijwet 1963
- Artikel 3a Visserijwet 1963
- Artikel 16 Visserijwet 1963
- Artikel 54b Visserijwet 1963
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 8:74 Awb
- Artikel 8:75 Awb
- Artikel 8:81 Awb
- Artikel 1 Reglement voor de binnenvisserij 1985
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden