Rb. Dordrecht 1 oktober 2009, ECLI:NL:RBDOR:2009:BK3207

Aanvraag aanlegvergunning parkeerplaats. Aanleg parkeerplaats in strijd met bestemmingsplan, zodat verweerder de aanvraag tevens als aanvraag om een projectbesluit te nemen heeft aangemerkt. Verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep tegen het genomen projectbesluit. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers kan worden verweten geen zienswijzen tegen het ontwerp van het projectbesluit te hebben ingediend, zodat hun beroep tegen het vastgestelde projectbesluit niet-ontvankelijk is. Verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen de verleende aanlegvergunning. De voorzieningrechter overweegt daarover het volgende. Volgens de voorschriften van het projectbesluit mag een parkeerplaats op de betrokken gronden worden gerealiseerd en is niet langer een aanlegvergunning daarvoor benodigd. Verweerder heeft zijn vaststelling van het projectbesluit op 12 augustus 2009 in het huis-aan-huisblad gepubliceerd en daarmee overeenkomstig artikel 3:42, tweede lid, van de Awb bekend gemaakt. Uit artikel 3.11, tweede lid, van de Wro in samenhang gelezen met artikel 3.8, vijfde lid, van de Wro trad het projectbesluit vervolgens in beginsel in werking met ingang van de dag na die waarop de termijn om daartegen beroep in te stellen verstreek. In dit geval dienden echter verzoekers binnen de beroepstermijn met betrekking tot het projectbesluit een verzoek om voorlopige voorziening in. Ingevolge artikel 8.4, tweede lid, van de Wro werd daarmee de werking van het projectbesluit opgeschort totdat op het verzoek om voorlopige voorziening werd beslist. Bij uitspraak van heden heeft de voorzieningenrechter op dat verzoek om voorlopige voorziening van verzoekers beslist, zodat het projectbesluit daarmee in werking is getreden. De aanleg van de parkeerplaats kan op grond van het in werking getreden projectbesluit zonder aanlegvergunning worden gerealiseerd, omdat het projectbesluit de planvoorschriften van het bestemmingsplan die gelden voor de betrokken gronden, opzij zet. Nu als gevolg van de inwerkingtreding van het projectbesluit niet langer een aanlegvergunning voor de aanleg van de parkeerplaats is vereist, hebben verzoekers geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van hun bezwaren door verweerder tegen de verleende aanlegvergunning. Het bezwaar van verzoekers daartegen zal dan ook niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening ten aanzien van de aanlegvergunning moet daarom worden afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen