Rb. Dordrecht 19 september 2008, ECLI:NL:RBDOR:2008:BG4253
Verweerder heeft bij besluit van 22 november 2005 aan eiser op grond van artikel 12, tweede lid, van de CSV een boete opgelegd omdat bij het opmaken van de eindafrekening over 2004 is gebleken dat het totaal van de premielonen meer dan 5% afwijkt van het totaal van de premielonen van de voorschotnota van eiser en eiser dat niet binnen 3 maanden heeft gemeld. Eiser heeft gesteld per faxbericht van 30 december 2004 de melding te hebben gedaan. Verweerder heeft aangevoerd het faxbericht van 30 december 2004 niet in zijn administratie te hebben aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser de verzending per faxbericht voldoende aannemelijk gemaakt, zodat het op de weg van verweerder ligt om de ontvangst van het faxbericht op een niet ongeloofwaardige wijze te ontkennen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan geen sprake. Verweerder hield geen ontvangstjournaals bij. Verder heeft verweerder geen onderzoek verricht om na te gaan of het faxbericht mogelijk (tijdens de verhuizing) in een ander dossier terecht is gekomen en heeft verweerder geen verklaring voor het feit dat pas geruime tijd na het opmaken van de eindafrekening en de overdracht van het dossier aan een ander kantoor van verweerder de boete is opgelegd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het besluit van 22 november 2005 en bepaalt dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl