Rb. Dordrecht 14 juli 2008, ECLI:NL:RBDOR:2008:BE0680
Na beëindiging door gedaagden van hun officierschap bij het Leger des Heils, biedt Leger des Heils hen een nieuwe huurovereenkomst aan ten aanzien van de tijdens officierschap in gebruik gegeven woning. Na weigering door gedaagden om deze huurovereenkomst te ondertekenen, heeft het Leger des Heils de huurovereenkomst opgezegd met als opzeggingsgrond het bepaalde in 7:274 lid 1 sub d BW. De vordering van het Het Leger des Heils tot vaststelling van het tijdstip waarop de huurovereenkomst zal eindigen (7:272 lid 2 BW) wordt afgewezen. Ingevolge artikel 7:274 lid 1 sub d BW kan de vordering – kort samengevat – slechts worden toegewezen, indien vast komt te staan dat gedaagden niet hebben toegestemd in een redelijk aanbod tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst met betrekking tot dezelfde woonruimte, voor zover, in het geval de wettelijke regeling voor de huurprijzen op de opgezegde huurovereenkomst van toepassing is, dit aanbod niet een wijziging inhoudt van de huurprijs. Gesteld noch gebleken is dat er ten aanzien van de woning sprake is van geliberaliseerde woonruimte als bedoeld in artikel 7:247 BW. Voor de beoordeling van de vordering is dan ook essentieel of er sprake is van een aanbod dat niet een wijziging inhoudt van de huurprijs. De kantonrechter is van oordeel dat het aanbod van het Leger des Heils niet anders kan worden opgevat dan een wijziging van de huurprijs. Ingevolge artikel 7:273 lid 2 BW bepaalt de kantonrechter dat de huurovereenkomst tussen partijen voor onbepaalde tijd wordt verlengd.
De uitspraak op rechtspraak.nl