Rb. Dordrecht 7 mei 2008, ECLI:NL:RBDOR:2008:BD1110
Beschikking van de raadkamer. Klager heeft een bezwaarschrift ex artikel 208 lid 3 Wetboek van Strafvordering ingediend en zich daarbij op het standpunt gesteld dat het gerechtelijk vooronderzoek niet rechtsgeldig is gesloten en er dus aanleiding is om getuigen in het kader van het gerechtelijk vooronderzoek te horen ex artikel 208 lid 1 Wetboek van Strafvordering. De raadkamer heeft geoordeeld, met inachtneming van de wetsgeschiedenis, dat de sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek door de rechter-commissaris onherroepelijk is en heeft het bezwaarschrift niet ontvankelijk verklaard. Het subsidiair bij pleidooi gedane verzoek tot het horen van getuigen door de rechter-commissaris met een beroep op artikel 241 Wetboek van Strafvordering wordt met inachtneming van de wetsgeschiedenis eveneens niet ontvankelijk verklaard, nu een toewijzing door de rechtbank in strijd zou komen met het vanaf 1 februari 2000 geldende wettelijke systeem.
De uitspraak op rechtspraak.nl