Rb. Dordrecht 18 april 2007, ECLI:NL:RBDOR:2007:BA4883

1. Met betrekking tot de stelling van verzoekster dat Olivo, danwel de Praxis für Kinderpsychiatrie, dient te worden aangemerkt als een in het buitenland gevestigde rechtspersoon die in het desbetreffende land zorg verleent in het kader van het in dat land geldende sociale zekerheidsstelsel (artikel 1, aanhef en onder d, sub 2º, van de AWBZ) overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Verweerder heeft niet bestreden dat Olivo, danwel de Praxis für Kinderpsychiatrie, een rechtspersoon is naar Duits recht. De voorzieningenrechter gaat daar dan ook vanuit. Niet is echter gebleken dat Olivo, danwel de Praxis für Kinderpsychiatrie, als instelling in Duitsland zorg verleent in het kader van het in Duitsland geldende sociale zekerheidsstelsel. De voorzieningenrechter verwijst in dit verband naar het door het College voor Zorgverzekeringen (hierna: CvZ) uitgebrachte advies van 21 januari 2006 (RZA 2006/47), alsmede naar productie 21 van verweerder waaruit kan worden afgeleid dat Olivo noch haar directeur bij het desbetreffende Duitse ziekenfonds bekend zijn. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter doet daaraan niet af dat de medewerkers van Olivo mogelijk beschikken over een zogenoemde Krankenkasse-erkenning, waarvan overigens niet is gebleken, en nog daargelaten de vraag of de drie genoemde personen ook bij de behandeling van verzoekster betrokken zijn geweest. Uit de ingediende declaraties kan dat in ieder geval niet worden afgeleid. De voorzieningenrechter is gezien het vorenstaande, voorlopig oordelend, van oordeel dat op basis van de thans voorliggende gegevens niet kan worden vastgesteld dat de Praxis für Kinderpsychiatrie danwel Olivo een instelling is in de zin van de AWBZ, zodat verweerder niet onjuist heeft gehandeld door de kosten voor een vrijgevestigd psychiater te vergoeden. 2. De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat verweerder terecht naar voren heeft gebracht dat niet inzichtelijk is geworden welke zorg is verleend en welke personen die zorg hebben verleend. Hierdoor heeft verweerder niet kunnen vaststellen of de kosten voor deze zorg niet meer bedragen dan de kosten die in de Nederlandse marktomstandigheden in redelijkheid passend zijn te achten. Daarbij komt dat ter zitting is gebleken dat de zorg grotendeels in Nederland heeft plaatsgevonden. Verzoekster werd driemaal daags bij haar thuis door een (psycho)therapeut behandeld en zij is alleen voor het intake-gesprek en enkele contacten met een psychiater in Duitsland geweest. Anders dan de declaraties doen vermoeden is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet gebleken dat bij de thuisbehandelingen, op de declaraties vermeld met code 886, een psychiater was betrokken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder gelet op het voorgaande kunnen volstaan met de vergoeding van vijf behandelingen per week, uitgaande van één behandelcontact per dag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen