Rb. Dordrecht 4 april 2007, ECLI:NL:RBDOR:2007:BA2595

Tussenvonnis: Duitse keukenleverancier stelt vordering uit onrechtmatige daad in tegen curator in faillissement van (Nederlands) bedrijf. De Duitse keukenleverancier heeft keukens verkocht en geleverd aan het Nederlandse bedrijf, welke onbetaald zijn gebleven. Nadien is het Nederlandse bedrijf failliet gegaan. Het Duitse bedrijf beroept zich op een, in de volgens haar toepasselijke algemene voorwaarden opgenomen eigendomsvoorbehoud en stelt dat zij naar Duits recht (mede)eigenaar van de keukens is gebleven c.q. geworden, althans naar Nederlands recht door natrekking, althans zaaksvorming (mede) eigenaar is geworden van de (gehele) showroom-keukens. Volgens de keukenleverancier heeft de curator haar eigendommen verkocht zonder daartoe gerechtigd te zijn en dus onrechtmatig jegens haar gehandeld. De curator bestrijdt een en ander. Het gaat allereerst om de vraag of de toepasselijkheid van de door Duitse keukenleverancier gehanteerde algemene voorwaarden rechtsgeldig tussen haar en het Nederlandse bedrijf is overeengekomen, hetgeen gelet op artikel 8 lid 1 EVO dient te worden beantwoord aan de hand van het Duitse recht. De Duitse keukenleverancier wordt opgedragen te bewijzen dat zij aan het Nederlandse bedrijf ná het sluiten van de raamovereenkomst en vóór de eerste levering de door haar gehanteerde algemene voorwaarden heeft overhandigd en op de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden heeft gewezen en dat daartegen niet werd geprotesteerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen