Rb. Dordrecht 5 januari 2007, ECLI:NL:RBDOR:2007:AZ5722

Studiefinanciering / omkering van de bewijslast / meerinkomen / OV-studentenkaart/ De rechtbank is, anders dan eiseres stelt, van oordeel dat geen aanleiding bestaat om de bewijslast op verweerster te doen rusten. Zoals de voorzitter van het College van Beroep Studiefinanciering in zijn door eiseres in beroep naar voren gebrachte uitspraak (Voorzitter College van beroep studiefinanciering 25 oktober 1999, AB 2000, 278) heeft overwogen kan van de hoofdregel dat degene die stelt zijn stelling dient te bewijzen, worden afgeweken eerst indien sprake is van omstandigheden die daartoe aanleiding geven. Van dergelijke omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval niet gebleken. Afgezien van de vraag wat tijdens het voormelde telefonische gesprek over en weer is gecommuniceerd, had de inhoud van het bericht van 26 juli 2002 welke naar eiseresses oordeel een zeer summiere weergave behelst van hetgeen volgens eiseres aan de orde was gekomen, voor eiseres aanleiding moeten zijn om zich nogmaals tot verweerster te wenden teneinde zich van het een en ander op de hoogte te stellen. Daartoe bestond naar het oordeel van de rechtbank temeer aanleiding, nu de door eiseres beweerdelijk verkregen bevestiging dat zij haar OV-studentenkaart mocht behouden, niet uit dat bericht kon blijken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen