Rb. Dordrecht 18 november 2006, ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ4098
Naar het zich laat aanzien voldoen beide ouders aan het primaire toekenningsvereiste van artikel 1.1, tweede lid onder a, van de Wtos. Waarom, zoals in het bestreden besluit wordt betoogd, dit vereiste alleen ziet op het geval dat slechts één ouder (en dus niet beiden) kinderbijslag ontvangt heeft verweerster in dat besluit niet uitgelegd, noch op de zitting kunnen uiteenzetten en ook de rechtbank heeft voor die opvatting vooralsnog geen aanknopingspunten kunnen vinden. Indien het al zo zou zijn dat verweersters uitleg naar de letter van de wet niet als daarmee strijdig kan worden geacht, dan heeft verweerster nagelaten de bezwaren van eiseres te beoordelen als een beroep op de hardheidsclausule, nu uit de wetsgeschiedenis van de Wtos in elk geval niet kan worden afgeleid dat de wetgever de situatie van co-ouders die beiden kinderbijslag ontvangen en beiden aan schoolkosten meebetalen uitdrukkelijk heeft voorzien. Voor die opvatting vindt de rechtbank mede aanknopingspunten in de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep dd 23 april 2004 LJN AO9095.
De uitspraak op rechtspraak.nl