Rb. Dordrecht 4 augustus 2006, ECLI:NL:RBDOR:2006:AY8989

Schuldvernieuwing hypotheek gedurende schuldsaneringsregeling. Discussie tussen hypotheekhouder en bewindvoerder aangaande schuldvenieuwing. Hypotheekhouder wenst schuldvernieuwing teneinde zijn positie veilig te stellen nu door het deels wegvallen van de tekst in lid 3 van art. 299 Fw (en wetsvoorstel 29 942) de hypotheekvordering geheel door de schuldsaneringsregeling dreigt te worden getroffen. Hypotheekhouder is van mening dat kosten schuldvernieuwing uit de boedel voldaan moeten worden. Bewindvoerder is van mening dat boedel hier buiten blijft en dat de kosten niet ten laste van de boedel dienen te gaan. Schuldvernieuwing heeft onder deze omstandigheden niet plaatsgevonden. Hypotheekhouder heeft restanthoofdsom volledig opgeeist en heeft aangezegd bij niet-betaling tot executie van de woning te zullen overgaan. Voorzieningenrechter is van oordeel dat hypotheekhouder (gezien wetsvoorstel 29 942) een gerechtvaardigd belang heeft bij het zekerstellen van zijn vorderingsrecht. De voorzieningenrechter is evenwel van oordeel dat bij afweging van de belangen van eisers bij uitstel van de openbare verkoop tegen de belangen van hypotheekhouder bij doorgang van de openbare verkoop, de belangen van eisers dusdanig zwaar wegen dat het in strijd met de redelijkheid en billijkheid zou zijn om de openbare verkoop door te laten gaan. Executie wordt gedurende twee maanden geschorst en hypotheekhouder wordt (op straffe van verbeurte van een dwangsom) veroordeeld opnieuw met de bewindvoerder te onderhandelen over schuldvernieuwing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen