Rb. Dordrecht 16 december 2005, ECLI:NL:RBDOR:2005:AV1940
1. Hoewel specifiek overgangsrecht ontbreekt, is artikel 1, tweede lid, van de Wet REA, zoals die bepaling luidde tot 1 januari 2002, van toepassing op aanvragen voor plaatsingsbudget met betrekking tot arbeidsovereenkomsten die vóór 1 januari 2002 zijn gesloten. 2. Nu eiseres (dan wel haar rechtsvoorgangster) namens de betrokken gemeenten handelde en deze gemeenten aanzienlijke invloed konden uitoefenen op de werkzaamheden van eiseres, alsmede het feit dat de betreffende werknemers ingevolge de door eiseres gesloten overeenkomsten te werk zijn gesteld onder de verantwoordelijkheid van een inlener, is de rechtbank van oordeel dat in de onderhavige gevallen sprake is van dienstbetrekkingen krachtens arbeidsovereenkomst die door de betrokken gemeenten zijn aangegaan op grond van artikel 4, eerste lid, van de WIW, welke overeenkomsten tot stand zijn gekomen door tussenkomst van eiseres die daartoe door de gemeentenbesturen zijn aangewezen als rechtspersoon in de zin van artikel 8, eerste lid, van de WIW. Dit betekent dat sprake is van dienstbetrekkingen in de zin van artikel 1, tweede lid, van de Wet REA, zodat de aanvragen om plaatsingsbudget terecht zijn afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl