Rb. Dordrecht 26 augustus 2005, ECLI:NL:RBDOR:2005:AU5560

Verjaringstermijn vordering wegens meerinkomen. Nu in de Wet op de studiefinanciering (WSF) niets is bepaald omtrent de termijnen waarbinnen de vordering moet worden opgelegd, dient aansluiting te worden gezocht bij de verjaringstermijnen van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank acht op het onderhavige geval artikel 306 van het BW van toepassing, omdat de vordering uit meerinkomen een op zichzelf staande rechtsvordering vormt. Ingevolge deze bepaling verjaart de vordering door verloop van twintig jaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen