Rb. Dordrecht 4 februari 2004, ECLI:NL:RBDOR:2004:AO5183
Afwijzing van de vordering van officier van justitie tot doorhaling van erkenning. Gelet op toepasselijke Belgische regelgeving kon de erkenningakte wel rechtsgeldig worden opgemaakt maar deze erkenning kan, nu de minderjarige in Nederland woonachtig is, met toepassing van het Belgisch recht niet definitief worden gemaakt. Dit zou betekenen dat een situatie ontstaat waarbij sprake is van een rechtsgeldig opgemaakte erkenningakte die evenwel niet definitief is en, zolang de minderjarige in Nederland woonachtig is, ook niet definitief gemaakt kan worden. Een dergelijke, in het Nederlands afstammingsrecht onbekende situatie acht de rechtbank, gelet op de belangen van het kind, onwenselijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl