Rb. Dordrecht 12 april 2002, ECLI:NL:RBDOR:2002:AE6067

Geen aanspraak op bijstand op grond van het EVSMB bij ontbreken van last tot uitzetting, nu de Vreemdelingenwet 2000 geen zodanige last meer vereist. Beëindiging Abw-uitkering met ingang van 30 januari 2002, omdat verzoekster niet langer over een verblijfstitel beschikt. Gebleken is dat verzoekster op 30 januari 2002 een negatieve beschikking op haar aanvraag tot verblijf is uitgereikt. De voorzieningenrechter is vooralsnog van oordeel dat verzoeksters verblijf met ingang van 30 januari 2002 dan ook als onrechtmatig in de zin van art. 11.a EVSMB moet worden aangemerkt. Het feit dat de rechtbank Dordrecht in de door verzoekster aangehaalde uitspraak van 23 maart 2001 heeft bepaald dat art. 11.b EVSMB zo moet worden uitgelegd dat het rechtmatig verblijf blijft voortduren indien een geldige last tot uitzetting ontbreekt ook al is er geen geldige verblijfstitel doet hieraan niet af. Thans is de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing, ingevolge welke wet de beschikking waarbij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd wordt afgewezen, van rechtswege tot gevolg heeft dat de vreemdeling niet langer rechtmatig verblijf heeft. Een afzonderlijke last tot uitzetting is onder de Vreemdelingenwet 2000 derhalve niet meer vereist. Gelet op het vorenstaande kan verzoekster naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen aanspraken maken op grond van het EVSMB. Burgemeester en wethouders van de gemeente Sliedrecht, verweerders. mr. B.M. van Dun Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand (EVSMB) 1, 11.a, 11.b Algemene bijstandswet 7 Vreemdelingenwet 2000 8

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen