Rb. Den Haag 21 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9567
Eiser is werkzaam bij [onderdeel] van de Koninklijke Marechaussee. Daarbij is hij meermaals tewerkgesteld bij het ministerie van Buitenlandse Zaken om hoog risico vertegenwoordigingen in het buitenland te beveiligen/ondersteunen. Eiser heeft gevraagd om zijn inzet voor Buitenlandse Zaken mee te laten tellen voor opbouw van inverdientijd zodat eiser eerder met leeftijdsontslag kan gaan. Omdat eiser heeft gekozen voor de oude diensteinderegeling kan hij niet inverdienen onder artikel 39c, tweede lid, aanhef en onder c, van het Algemeen militair ambtenarenreglemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl